00:00 / 03:16

We noemden haar Lada,
niet van huis uit haar naam,
een sloom hippievriendinnetje,
uit zichzelf onbewogen.

 

We sleutelden hardhandig
aan haar wezen, staken om haar
de koppen bij elkaar, haar
belagend met geërfd gereedschap.

Toen was zij klaar, een vervaarlijk
clubhuis op wielen. We lapten
de man een paar tientjes
en staken de hemel in brand.

 

Maakt het uit waar je heengaat?
Je neemt een afrit als elke afrit
in de richting van zomaar een
stad, een strand, je vergeet dat

plaatsen namen hebben. Voeten die
ons jeukten werden wapens op
het gaspedaal, toevallige liftsters
kregen de rit van hun leven.

 

Nachtelijke ritten waarbij het licht
voor een moment gedoofd werd
en wij - met donkerte in zicht -
genoeglijk met ons leven speelden.

Nee Lada, we namen je niet mee
uit wandelen. Je zou ons liefje
worden voor een snel seizoen
dat ergens in een sloot belandde.

(Ronald van Noorden)